De Andrieskerk

Met de bouw van de Andrieskerk is aan het einde van de 13e eeuw begonnen. Vermoedelijk bestond de tufstenen kerk uit een éénbeukig Romaans schip met koor. Aan de noordzijde bevond zich een kapel of aanbouw die gebruikt werd als sacristie. Aan de westzijde verrees een eveneens uit tufsteen opgebouwde toren.

In de tweede helft van de 15e eeuw werd het Romaanse schip verhoogd en vergroot tot een pseudo-basiliek. Aan de noord- en zuidzijde werd het schip met zijbeuken uitgebreid. Middenschip en zijbeuken kregen een houten tongewelf. Op deze wijze ontstond de hoofdvorm van een laatgotische kerk, zoals we deze thans nog kennen.
In 1526 werd de oude tufstenen toren afgebroken en vervangen door de huidige slanke bakstenen toren. In de 17e eeuw is de aanbouw van de Natewischkapel aan de zuidzijde tot stand gekomen.

Het interieur

Rond 1582 kozen de Amerongers de zijde van de Hervorming. In verband met de protestantse erediensten werden vanaf dat moment andere eisen gesteld aan het kerkgebouw.
Van het oorspronkelijke katholieke interieur is zo goed als niets meer terug te vinden. De beelden werden weggehaald en het hoogaltaar verdween uit het koor. De hoofdrichting van zuidwest naar noordoost, met als eindpunt het hoofdaltaar in het koor, verdween. Alle aandacht werd op het preekgestoelte gericht.
De fresco´s op de muren en op de triomfboog werden bedekt met een dikke kalklaag. Pas bij de restauratie van 1990-1992 zijn deze weer zichtbaar gemaakt.
Aangezien het koor na de Reformatie niet meer voor de eredienst werd gebruikt kreeg Goert van Reede, heer van Amerongen, in 1584 toestemming van het kerkbestuur om onder het koor een grafkelder te laten maken voor hem en zijn familie.

De plaats van de preekstoel

De preekstoel werd geplaatst op de scheiding van het schip en het koor, vóór het koorhek. Dit was ook nog het geval in 1661. Om de gelovigen meer zicht te geven op de preekstoel werden in dat jaar in het schip twee oostelijke pilaren weggebroken.
De positie van de preekstoel is in de loop van de eeuwen een aantal malen gewijzigd, hetgeen ingrijpende gevolgen had voor de inrichting van de kerk. In 1681 verhuisde de preekstoel naar de rechterpilaar op de scheiding van koor en schip, gezien vanuit het schip. In 1698 werd de preekstoel “omtuind” met een doophek en kerkenraadsbanken. Een deel van het 17e eeuwse meubilair is nog steeds in de kerk aanwezig. In 1844 verhuisde de kansel naar de pilaar aan de noordzijde van de scheiboog.
In 1862 kwamen er banken in het koor en werd het Bätz-Witte orgel geplaatst en in gebruik genomen. De preekstoel werd verplaatst van de koorzijde naar een plaats onder het orgel. Als gevolg hiervan werden, om goed zicht te houden op de preekstoel, nogmaals twee pilaren weggebroken, nu aan de kant van de toren, aan beide zijden één.
In 1892 werd de preekstoel voor het laatst verplaatst naar de positie die we thans nog kennen. De slechte verstaanbaarheid van de predikant, met name in het koor, vormde de aanleiding tot deze wijziging. Logischerwijze werd de bankopstelling, zoals al vaker was gebeurd, aangepast aan de nieuwe positie van de preekstoel.

Vernielingen

De Andrieskerk heeft door de eeuwen heen te lijden gehad van oorlogshandelingen. In 1584-1585 vond bij Amerongen een zware veldslag plaats tussen de Staatse en Spaanse troepen. Hierdoor raakte de Andrieskerk zwaar beschadigd.
In 1672-1673 overviel de Franse koning Lodewijk XIV ons land en werden ook kasteel Amerongen en de Andrieskerk inclusief het interieur (o.a. de preekstoel, het doophek, de kerkenraadsbanken en het koorhek), verbrand en vernield. In 1684 werd het herstel van de kerk afgerond.
Ook in de Franse tijd, en met name in 1795, had de kerk zwaar te lijden onder inkwartiering in de kerk. De Engelsen en Hessen en de Fransen volgden elkaar op en leverden allen een bijdrage aan de vernieling.

Het geslacht van Reede

Vele honderden jaren is het geslacht van Reede dominant aanwezig geweest in de landelijke politiek, in de Staten van Utrecht en als “heren van Amerongen” en bewoners van het kasteel Amerongen. Ook in de Andrieskerk zijn van hun aanwezigheid vele sporen te vinden, onder meer door de rouwborden, die een beeldbepalend element vormen in het interieur.
Vanaf het begin van de 17e eeuw (Frederik van Reede) hebben deze borden aan de muren van de kerk een plaats gevonden. Het laatste bord (Elisabeth Maria van Reede) werd in 1897 aangebracht. Volgens sommige bronnen schijnt het overigens zo geweest te zijn, dat in het kader van het adagium van de Franse revolutie “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” in 1798 op last van de overheid de borden, naar later bleek tijdelijk, moesten worden verwijderd.
Niet minder opvallend zijn de levensgrote zandstenen beelden van Goert van Reede (overleden in 1585) en zijn vrouw Geertruid van Nijenrode (overleden in 1605), die bestemd waren voor de graftombe boven de grafkelder in het koor van de kerk. Het grafmonument werd vernield tijdens de oorlogshandelingen in 1672.
Na diverse omzwervingen kwamen de beelden tijdens de restauratie van 1990 – 1992 op de huidige plaats, de ruimte achter de kansel.

Restauraties

De Andrieskerk was en is nog steeds een “levend monument”, waarmee in de afgelopen ca. zevenhonderd jaar veel meer is gebeurd, dan in dit kort bestek kan worden weergegeven. De kerk zowel als de toren, het exterieur en het interieur, de klokken en het meubilair, alles is steeds onderwerp geweest van aanpassing, verbetering en vooral bestendiging van dit laatgotische monument. Enkele grote restauraties vonden plaats in de jaren 1884-1886, 1948-1953 en 1990-1992.
Thans bevinden wij ons in de beginjaren van een omvangrijk tienjarig onderhoudsplan, dat met hetzelfde oogmerk in gang is gezet: de Andrieskerk ook voor de generaties na ons historisch verantwoord te bewaren.

Recente publicaties

Over de wederwaardigheden van de Andrieskerk is in 2003 van de hand van Aart van Rijswijk het boekje “Vrienden van de Andrieskerk” verschenen. Het wel en wee van de kerk (het kerkgebouw) wordt daarin gedetailleerd beschreven.
In het voorjaar van 2005 is een ruim 400 pagina´s tellend boek verschenen onder de titel “De kerk van het Heylig Cruys en Sint Andries” van de hand van Piet Tuik. Hij beschrijft zowel de kerk als de gebruikers ervan op boeiende wijze.

Share